Recensie: Inglourious Basterds; of het bedrog van Quentin Tarantino
augustus 27, 2009, 12:37 pm
Gearchiveerd onder: DVD, Film

inglourious_basterds01Inglourious Basterds is met afstand de beste film van Quentin Tarantino. Maar het is ook een film met een gebruiksaanwijzing, een gelaagd werk waarin de dikwijls controversiele regisseur van Reservoir Dogs (1992) en Pulp Fiction (1994) veel van de kijker verwacht. Oké, misschien te veel. Want wie Tarantino kan bijbenen in het in activeren van een breed, mentaal netwerk van literaire, muzikale en cinematografische verwijzingen – dat kan bijna niemand – ziet toch vrijwel een totaal andere film dan wie denkt alleen maar naar een film over de Tweede Wereldoorlog zit te kijken. Deze complexiteit kenmerkt alle films van Tarantino, zeker het Kill Bill-tweeluik, waarin de verwijzingen naar de populaire Aziatische cinema, DC Comics en de cinema van haast vergeten regisseurs als Brian de Palma op een chaotische, superromantische manier over elkaar heen duikelen. Film over film. Fictie over fictie. Maar Tarantino is meer, veel meer. En dat bewijst hij voor eens en altijd met Inglourious Basterds.

Inglourious Basterds begint met de woorden ’Once upon a time… in Nazi occupied France.‘ Een verwijzing naar genre, vorm dus, en inhoud. Dat eerste: het gaat hier niet alleen om de spaghettiwestern, maar om het hele spectrum aan Italiaanse populaire cinemagenres die in de jaren zeventig werden gedraaid, vaak in de roemrijke studio Cinecittà, broederlijk naast de artistiek meer verantwoorde Italiaanse meesters als Fellini of Antonioni. Behalve de spaghettiwestern bestonden de genres uit de giallo(thriller) en oorlogsfilm, of de zogeheten macaroni combat, een benaming die volgens Tarantino voor het eerst door Japanse critici of fans werd gebruikt.

Deze referenties aan de macaroni combat zijn het eerste teken dat Tarantino in zijn vuist lacht. Straalt hij samen met zijn producenten en diens PR-legertje uit een oppervlakkige kaskraker te hebben gemaakt (cool: nazi-jagers met Bowie-messen, ooh! ooh!), in werkelijkheid heeft hij een puur artistiek werk afgeleverd waarin cinema niet alleen inhoudelijk centraal staat, als plot device, maar ook qua vorm op zelfbewuste wijze de aandacht op zichzelf vestigt, als kunstwerk.

Bewijsstuk nummer één is te vinden op een dvd van Eagles over London (1969) van Enzo G. Castellari, Italiaanse meester van de actiefilm en tevens regisseur van Inglorious Bastards uit 1978, de film waar Tarantino zijn titel, en verder bijna niets, aan ontleent. Op de dvd is een registratie van een obscure vertoning van Eagles, recent in Los Angeles. Op het podium verschijnt de maestro zelf, Castellari, samen met Quentin Tarantino, die dronken of high of allebei lijkt als hij Castellari interviewt over Eagles. Deze film is net als Tarantino’s eigen film een werk in het subgenre mannen-met-een-missie, een avonturenverhaal over Duitse infiltratie in Londen ten tijde van de Battle of Britain. Maar dat is niet wat de dronken Tarantino het meest interesseert, nee, hem fascineert de vraag hoe ‘Maestro’ het toch voor elkaar heeft gekregen de luchtgevechten boven Londen met zo weinig geld te filmen. Komt ‘Maestro’ met een verhaal, maar werkelijk, niemand luistert. Zeker Quentin niet, want hij heeft een statement gemaakt, geen vraag gesteld. (Weer verkeerd begrepen.) En die vraag of statement luidt: in Eagles over London zien we pure cinema: zonder special effects een verhaal vertellen met minimale middellen, met modellenwerk en geschilderde achtergronden van bordkarton. En we zien dat het nep is, we zien dat het gefilmd is, we zien de film zelf, letterlijk. Pure cinema. De grenzen van het kunstwerk worden zichtbaar, daar waar artificialiteit ophoudt, en de echte werkelijkheid begint.

Ook in Inglourious Basterds. Het verhaal gaat over de ‘Basterds’, een groep Joodse wrekers die het tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft gemunt op nazi’s. Onder leiding van luitenant Aldo Raine (Brad Pitt) trekken ze door bezet Frankrijk op zoek naar slachtoffers, vijandelijke soldaten die ze doodmartelen waarna het afsnijden van de hoofdhuid volgt, in Indianenstijl. Maar de wreedheden van de Basterds zijn slechts een verhaallijn. Een kanttekening bijna. De film draait in werkelijkheid om Shoshanna (Mélani Laurent), een Joods meisje wier gezin door toedoen van The Jew Hunter, oftewel kolonel Hans Landa (Michael Fassbender), wordt uitgemoord. Wraak volgt. Later is Shoshanna eigenares van een bioscoop in Parijs, die door Goebbels wordt uitverkozen voor het vertonen van zijn allernieuwste propagandafilm. Alle verhaallijnen komen bij elkaar in een magistraal gefilmde climax die aan de House of Blue Leaves-sequentie in Kill Bill doet denken. Maar deze is mooier, beter. En ze begint met het beeld van Shoshanna die op de maat van “Putting out Fire” van David Bowie, de themamuziek uit Paul Schraders horrormeesterwerk Cat People (1982), haar oorlogsgezicht opmaakt – met knalrode make-up. Fictie neemt over, totale fictie in de vorm van de schmink van een actrice. Van een killer.

Dat gegeven – een spannend verhaal over jodenvervolging en het nazisme gegoten in een popcornjasje – is voor sommige critici stuitend. Het onderwerp veegt veel te zwaar om zo populair te worden verbeeld, luidt de redenering. En deze is, het moet gezegd, te bespottelijk voor woorden. Sinds wanneer is het smakeloos of not done om een populaire film over de jodenvervolging of het nazisme te maken? Steven Spielberg, een van de uitvinders van het moderne massavermaak, heeft dat al twee keer gedaan. Saving Private Ryan én Schindler’s List zijn spannende films. En ja, genietbare films. Waarom zou dat iets zijn om je schuldig over te voelen: genieten van een kunstwerk? Dat is toch iets geheel anders dan genieten van de wandaden die in de films worden uitgebeeld. Bovendien, Tarantino doet in Inglourious Basterds niets meer en niets minder dan al ontelbare keren eerder is gedaan door Italiaanse genreregisseurs van de jaren zeventig en door Hollywood tussen 1940 en 1960. Zeuren over geweld en moralisme, nu, is hypocriet. Zinloos. Tragisch, eigenlijk.

Inglourious Basterds is op de eerste plaats ‘cinema’, een echte film gemaakt door een groot kunstenaar die de artistieke, filosofische en introspectieve sensibiliteit van de nouvelle vague op virtuouze wijze vermengt met de vitaliteit van de Amerikaanse én Europese genrefilm. Op dit punt is het heel goed mogelijk dat, zoals Richard Schickel in Time Magazine suggereert, Tarantino de wereld nu al een aantal jaren vrolijk voor de gek houdt met zijn voor de elite kennelijk geruststellende ‘ik-ben-een-filmgeek-en-dus-dom-act’. Doet hij er alles aan om over te komen als een hippe popcultuurjunk, net als veel van zijn fans, in werkelijkheid schuilt in hem een mad genius van een cineast, een maker van pure, vernieuwende cinema zoals die van Orson Welles of van de Franse meesters van de jaren zestig en zeventig.

Dat er sprake is van bedrog rond Tarantino en zijn films vermoedde ik al met de release van Death Proof vorig jaar, een film die hij samen met Planet Terror van Robert Rodriguez uitbracht onder de titel Grindhouse. In de publiciteit rond de film viel alle aandacht op dat aspect van het werk: de pulp en sleaze van de oude grind-housebioscopen. Met deze connectie in mijn hoofd ging ik naar Death Proof, voorgeprogrammeerd door Tarantino zelf, film geek, waardoor ik in eerste instantie erg teleurgesteld in het werk was. Minutenlange, weinig zeggende dialogen uitgesproken door een stelletje meiden. Grind house, nee. Ik zag de film een keer. En vond er weinig aan. Maar toen zag ik hem nog een keer. En nog een keer. En toen, opeens, ging het werk leven, en viel de maskerade van Tarantino weg. Inmiddels heb ik hem zeker meer dan vijf keer gezien, en iedere keer weer valt er iets meer in te ontdekken, juist in die ‘saaie’ dialogen. Ik denk dat ik, na Inglourious Basterds, juist Death Proof misschien wel het meest waardeer. Subtiele referenties naar eenzaamheid, of verlangen, of erotische spanning… verlangen, zeker naar cinema, maar ook naar televisieseries.

En op dit punt: praten over televisie, over oude series zoals in Death Proof, is niet alleen maar ‘film over film’. Het gaat dieper, het gaat, cruciaal, over een hunkering naar de zaligheid die een boek, serie of film kan brengen. Niet waar? Immers, wie keer op keer dezelfde tekst, hetzelfde kunstwerk, consumeert en analyseert doet meer dan alleen maar kijken of lezen. Hij zoekt betekenis, verborgen waarheden over de betrokken tekst en dus ook over het leven zelf. Citeren en refereren zijn niet alleen maar dat; ze zijn vooral ook essentiële mechanismen, broodnodige gereedschap, in de handen van de maker én van de kijker-lezer om die waarheden op te diepen en te interpreteren. Dat is wat kunst, cinema, heel goed kan. En hierin ligt ook het bedrog van Tarantino: hij doet voorkomen alsof zijn werk popcornvermaak is, in het geval van Inglourious Basterds leeg als een Airfix-bouwpakket of een strip van Battle Picture Library of van Commando Comics, maar in werkelijkheid zijn ze diep en gelaagd en relevant.

Nog zoiets: de structuur van Inglourious Basterds, waarom eigenlijk hoofdstukken? Is Tarantino een lezer van, behalve de achterzijde van Cornflakesboxen ook literatuur? Bekend is in ieder geval dat hij Elmore Leonard leest. Inglourious Basterds is meesterlijk gestructureerd, literair, inderdaad. Dat literaire karakter, en Tarantino’s spel met literaire conventies en onze verwachting van wat er komen gaat, begint al met de titel, verkeerd gespeld. De woorden ‘Inglourious Basterds’ komen in film zelf heel even voor, ingekerfd compleet met spelfouten op het geweer van luitenant Raine. Een knipoog van Tarantino. De titel vewijst niet alleen naar Castellari’s macaroni-combatfilm, maar werkt ook als een ironische steek richting recensenten en critici die Tarantino en zijn werk afmaken als pulp. Want kijk eens: ze kunnen niet een spellen die lui! Aan het einde van de film – hier geef ik niets weg – zegt iemand recht in de camera: ‘ik denk wel dat dit mijn meesterwerk is.’ Het personage zegt dit binnen de verhaalwerkelijkheid, maar hier spreekt ook Tarantino. Ik geef hem geen ongelijk. Hij is Tarantino. Maestro.


7 reacties tot nu toe
Een reactie plaatsen

Wat een leuke recensie! Zeker nadat ik eerst met een groep eerstejaars Filmacademie-studenten deze film zag, waarvan zeker de helft de film langdradig vond, en er niemand lyrisch was.
Ik weet niet zoveel van film en heb de hele 3uur en kwartier geboeid gekeken. Death Proof nog maar eens uit de kast halen dan.

Reactie door Willem

Veel mensen vinden hem langdradig, Willem! Wat bij mij de vraag doet rijzen: zijn we vergeten dat film ook taal, dialoog dus, is? Film is ook literatuur en toneel. En niet alleen flitsende beelden.

Reactie door gawiekeyser

Hier kunnen we denk ik uren over praten, beste Gawie en ik vrees dat we het nooit eens zullen worden, maar een vraag heb ik wel voor je: Heb je ook iets gevoeld bij deze film, gevoeld in je hart? Gevoeld voor de personages? Je hoofd geloof ik wel, maar naast alle definities van cinema die jij geeft is cinema ook emotie, pure emotie zou ik haast willen zeggen. En laat dat nou net QT’s zwakste punt zijn (Het is geen toeval dat zijn enige film met gevoel inderdaad een verfilming van Leonard was, zijn eigen scenario’s ontberen het…)

Reactie door Mike Naafs

Je vraag, Mike; wanneer Shoshanna haar war paint opzet op de maat van Bowie, dan voel ik dat in m’n ziel. Bij IEDERE citaat van Tarantino maakt mijn buik een koprol van opwinding. Dat is pure emotie en dat voel ik iedere keer als ik zijn films zie. Ben het overigens heel erg met je eens: Jackie Brown is een schitterende, schitterende film. Die openingsscène, met Pam Grier op de loopband: een ode aan schoonheid. Emotie, dus.

Reactie door gawiekeyser

Shit waarom voel ik dat nu niet, waarom denk ik bij Shoshanna itt Jackie alleen maar aan een etalagepop en zing ik in mijn hoofd: It is only a movie, it doesn’t move me, It’s only a movie, it doesn;t move me?
Subjectieve mysteries…

Reactie door Mike Naafs

Dat is ook de bedoeling: dat je denkt: it’s only a movie. Daarom het accent op die war paint, dwz schmink. Dezelfde als scène met Tim Roth in Reservoir Dogs: een undercover agent traint zichzelf om een gangster te zijn. Maar we ZIEN ook een acteur die aan het repeteren is. Ik weet het niet; dit soort dingen maakt bij mij veel los. Ik vind dat opwindend, dit spel met authenticiteit. De emotie zit’m misschien dus in de vorm, en niet in de inhoud. Bij de Basterds vond ik dit trouwens veel minder, een veel minder postmodernistische film. Maar meer straight. En ik had wel degelijk te doen met Shoshanna. En met Brad, zeker toen die Italiaans ging praten!

Reactie door gawiekeyser

meesterlijke film, goeie recensie!!

Reactie door Thijs Klerk




Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s



Follow

Get every new post delivered to your Inbox.